De VvE heeft in de Nederlandse woningbouw een specifieke eigen rol.
De gemeenschappelijke interesse om naast een goed comfort, zorg te dragen voor betaalbare woonlasten brengt samenhorigheid te weeg. Veelal is een VvE ontstaan uit de behoefte van een doelgroep om de kwaliteit te borgen en de woonlasten onder controle te houden.
De bestaande bouw waarbij vrijwel in alle gevallen bij appartementen en geclusterde bouw een VvE is opgericht komt het tegenwoordig meer en meer voor dat het gezamenlijk belang wordt onderkend. Het overheidsbeleid staat toe dat doelgroepen met initiatieven komen om gezamenlijk een woonplan te ontwikkelen. Voorbeelden hiervan zijn seniorenwoningen waarbij comfort, veiligheid en/of gemeenschappelijke interesses een rol spelen. Ook zijn voorbeelden te noemen waarbij de opvang van kinderen belangrijk is.
De VvE zal vanwege haar gezamenlijke belang veel moeten communiceren en de verleiding is daarbij groot om terug te vallen op bekende concepten en technieken die zich bewezen hebben. De VvE zou daarentegen ook een actieve bijdrage kunnen leveren aan een meer energiezuinig-concept of duurzaam waarbij een bijdrage kan worden geleverd in het kader van het Klimaatverdrag als opvolging op Kyoto.
Inmiddels is bij een aantal projecten goede ervaring opgedaan met duurzame concepten waarbij warmtepompen en/of zonnecollectoren zijn toegepast. Ook wind en zonnepanelen voor stroomopwekking kunnen interessant zijn. In tegenstelling tot de eerste projecten waarbij zowel de collectieve als de individuele systemen in eigendom waren genomen door een energiebedrijf, blijkt nu de voorkeur uit te gaan om het eigendom van deze installaties elders onder te brengen. Zelfs de VvE komt hierbij in beeld.
Nieuwe ontwikkelingen in de woningbouw vragen de aandacht. Een goed voorbeeld is de behoefte aan koelen. Vanwege de eisen in het bouwbesluit en het steeds beter bouwen (isolatie, kierdichting en keuze van het glas) zal de warmte die zich in een woning of gebouw ontwikkelt niet meer vanzelf oplossen. Sinds de aanscherping van de EPC is hiervoor aandacht gekomen. Bij een verdere verlaging van de EPC zal koeling als volwaardige factor om een waardering vragen en effect hebben op de EPC. Kiezen voor één of meerdere airco’s levert een uitermate slechte EPC op en zal daarom geen reële optie zijn. Ervaring heeft geleerd dat nieuwere technieken voor het verwarmen van gebouwen en woningen tevens voorzien in een mogelijkheid van zogeheten “vrije koeling”. Met behulp van temperatuur uit de bodem kan op een hele kosteneffectieve wijze vrijwel gratis de koelvraag worden ingevuld. Zowel bij utiliteitsprojecten zoals scholen, kantoren, zorg, bedrijfsgebouwen als in de woningbouw is inmiddels veel ervaring opgedaan. Nog te weinig wordt rekenschap gegeven dat men tegenwoordig in een geklimatiseerde omgeving werkt, de auto is voorzien van een airco…hoelang zal het nog duren dat men geen te warme zomerdagen en nachten accepteert. Bij verkoop kan het aspect “koeling” een extra impuls geven en de woning of het gebouw op voorsprong zetten.
Te veel lijkt het dat gemeenten en de VvE zich geen rekenschap geven dat de eerder genoemde warmtelast-ontwikkeling (warmteopbouw in het gebouw of de woning) niet tot problemen zal leiden.
De ervaring leert dat, in een kantoor, bij een buitentemperatuur van 13°C de behoefte aan koeling zich aandient. In de woningbouw blijkt dit zich bij 15°C voor te doen. Een betere bouwwijze (bouwfysich) eist een oplossing voor de opgebouwde warmte. Het bodemsysteem dat in de wintermaanden nodig is voor verwarmen kan in de zomermaanden het koelen verzorgen. Een ander zeer belangrijk punt in de hedendaagse bouwstroom is het ventileren. De balansventilatie staat daarbij onder druk en is onderwerp van discussie. Een reëel alternatief zou kunnen zijn het “vraag gestuurd” gaan ventileren waarbij het gehalte CO2 in de woning wordt gemeten en bij het bereiken van een kritische grens het systeem zal activeren. Zeer energiebewust en comfortabel.
Meer nog dan in het verleden zal de VvE samen met de gemeenten in concepten moeten gaan denken.
Voorbeelden naar doelgroepen:
- levensloopbestendig
- starters;
- senioren;
- sociale woningbouw;
- tweeverdieners;
- doorstromers.
Ook een andere indeling is mogelijk:
- kosteneffectief
- levensloopbestendig
- flexibel
- emissieloos
- optimaal binnenklimaat
In de praktijk blijken interessante combinaties mogelijk. Kosteneffectief kan inhouden het kiezen voor een enkelvoudige energie-infrastructuur. Het gebouw of de woning wordt dan volledig gebaseerd op het gebruik van elektriciteit. Voor de VvE zal zich dit vertalen in een lagere investering in de energie-infrastructuur, immers de gasleiding hoeft niet te worden aangelegd. De gebruiker zal geen gasaansluitkosten betalen en in de woning of het gebouw zal geen emissie ontstaan immers alles werkt op elektriciteit. De keuze kan ook worden gemaakt voor “groene stroom” waarbij het geheel emissieloos is. De flexibiliteit wordt gediend doordat elektrische apparatuur niet kritisch is voor wat betreft de opstelling en de vraag hoe in de toekomst de energievraag wordt ingevuld volledig open laat. Hoe de elektriciteit door het energiebedrijf wordt opgewekt, met gasgestookte installaties, met wind, brandstofcellen, of …? Het heeft geen invloed op de huis- en of woninginstallatie.
In Informatiecentrum Duurzame Energie Technieken (Idet) wordt nader ingegaan op de specifieke afwegingen zoals een volledig collectief systeem, of individueel, de kostenstructuur, het eigendom, de mogelijkheden van subsidies en financiering.
Idet heeft door haar inbreng al menige VvE aan een succesvol concept geholpen. Een meer duurzaam ontwerp, een emissieloos concept, volledig zelfvoorzienend?…
De uitdaging is aan u. U bent van harte welkom!