We staan pas aan het begin van de ontwikkeling van een vakgebied waarvan nog niet een ieder zich het belang realiseert.
De milieubelasting van producten wordt de komende jaren “hot”
Cr2Cr , schaarste grondstoffen,
De aanleg van een “nationale database bouwproducten” waarin de milieubelasting op een objectieve wijze wordt vastgelegd is in volle gang. Per product wordt een breed scala milieueffecten in cijfers vastgelegd. Gekozen is voor de aanpak waarbij het gebruik en de ecologische aantasting van land niet mee te nemen, ondanks het feit dat zij in bepaalde gevallen wél een invloed hebben. Ook kapitaalgoederen worden buitenbeschouwing gelaten.
Dit kan leiden tot discussie zoals het niet mee laten wegen van de vrachtwagen die nodig is voor transport maar wel de dieselolie. Zo ook de discussie rond het gebruik van staal. In Nederland wordt 95% hergebruikt – een prachtig percentage – echter in de toepassing dekt dit slechts 12% van de totale vraag, de rest komt van elders. Veelal geproduceerd zonder rekening te houden met duurzaamheid.
In het algemeen geldt hoe lichter het product, des te minder de milieubelasting. Kalkzandsteen en cellenbeton behoren tot de betere steenachtige bouwproducten. Hergebruik en recyclen krijgen daarbij steeds meer aandacht. Het punt ligt nu wel achter ons dat producent en afnemer zich afvragen wat prevaleert: economie of ecologie. Ergens moet een evenwicht worden gevonden.
Het is realistisch te onderkennen dat het in de huidige bouwpraktijk nog niet mogelijk is een gebouw te realiseren dat het milieu op geen enkele wijze belast. Technisch is het wel mogelijk
Een gebouw zo energiezuinig te naken dat de restbehoefte volledig duurzaam kan worden opgewekt, nul-energie dus. Daarmee is 80% van de milieubelasting afgedekt. De overige 20% is materiaal- en een fractie waterverbruik. Kiezen voor stro of leemachtige producten, als nagroeibare materialen zou een oplossing kunnen zijn naar een nul situatie.